De tekst 2012

Bart Chabot schreef de tekst voor het Groot Voorburgs Dictee 2012.
Hij kon zelf niet lijfelijk aanwezig zijn, maar gaf wel per video een introductie. Daarin las hij ook eenmaal de dicteertekst voor:

In stukjes
Hoe beleeft een deelnemer het Groot Dictee der Nederlandse Taal? Zodra je het Binnenhof betreedt bekruipt je het gelukzalige rodelopergevoel.
Er lígt ook een rode loper op je te wachten voor de ingang van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en tv-ploegen, een queue van medewerkers van de schrijvende pers en De Bladen bereiden je een hartelijke ontvangst.
Nog een korte wijle kun je de illusie koesteren dat er vandaag weinig fout kan gaan. Je laaft je aan de aanwezigheid van de overige Bekende Nederlanders, je wentelt de meest flatteuze zijde van je gelaat naar de camera-ogen die van alle hoeken op je inzoomen; je houdt denkbeeldig een forse sigaar vast, een Cubaan, nog daterend uit de tijd dat Fidel Castro in blakende welstand verkeerde en urenlange monologen hield; je koestert je in de warmte van het door Philip Freriks – voor de gelegenheid niet in een T-shirt maar in een krankjorum hawaïhemd gekleed – uitgesproken welkomstwoord… En dan gaat het mis.
Philip leest het dictee voor. Eerst in zijn geheel, dan in stukjes. Hoe schreef je ook al weer achtuurjournaal en per se en twintigste-eeuwers, hoe schrijf je ivorentorenhouding en wat zijn in godsnaam malicieuze pejoratieven, en wat is trijpen en geciseleerd?
Je bent in de val gelopen: de fluwelen glooiingen van de taal weliswaar, maar niettemin een labyrint. Moet ik mijn buurman die misschien beter spelt bespioneren?
En dat is nog maar het begin van de vermorzeling van je ego. Philip gaat het dictee in stukjes voorlezen: onvervalst middeleeuws sloopwerk.
Een adellijk ogende dame komt voorbij, met een intrigerend decolleté. een flodderig niemendalletje… minuscule thriller… ten langen leste… cappuccino… geprivilegieerde burgers… cipressenhout… beits en rattenkruit, het gif; niet het plantje rattenkruid. En kijk, daar stormt het przewalskipaard al aan.
Daar sta je dan met je eenenveertig fouten in de garderobe van de Eerste Kamer. Je mompelt een haastig ‘tot ziens’ en je spoedt je over een goddank verlaten Binnenhof naar de parkeergarage onder het Plein. In stukjes.