Tekst dictee 2013

Voorburg: toen en nu
Melancholische overpeinzingen

‘Denkend aan Voorburg’, ach, hoeveel bespiegelingen zal zo’n eenvoudige zin à la Marsman deze avond hier oproepen!

De historici onder u zullen elkaar met goed onderbouwde archeologische voorkeuren de loop van het Kanaal van Corbulo betwisten.

De ambtenaren in de zaal, getroffen als ze zijn door een weinig tevredenstellende nullijn, opgelegd door de altijd tevreden lachende politici, dromen weg bij de verhoging van de hoeveelheid sestertiën die de hier gelegerde Romeinse legionairs jaarlijks ten deel viel bovenop hun toch al niet kinderachtige emolumenten.

En, opgesloten tussen spoorbanen en verkeersaders, hunkeren we niet allemaal stilletjes naar de veertiende eeuw waarin de Duineweg, eigenlijk niet meer dan een pad in particulier eigendom, vanaf het strand naar het kasteeltje De Binckhorst liep?

Niet zelden zag men daar fraai gefiguurfreesde barouchetten en geciseleerde Dos-à-Dostjes rijden in de richting van de lusthoven langs de randen van ‘het Haagje’, die de Tuilerieën naar de kroon staken, en waar adellijke dames uit deftige milieus zich vermeiden met hun geaffecteerde galants onder lommerrijke berceaus.

In de schaduw van Hofwijck fluisterde men elkaar liefdessonnetten toe, vaak in jambische of juist trocheïsche hexameters gestelde pareltjes, gelardeerd met lyrische ontboezemingen.

In die traditie zou eeuwen later het Voorburgse zangeresje Conny “Ieder Meisje Droomt Van Liefde” zingen. Haar fysieke attentiewaarde evenwel, drong haar melodische artisticiteit al snel naar de achtergrond.

Heden ten dage draaien -soms scabreuze- ge-sms’te of getwitterde kattenbelletjes evenzo makkelijk uit op heimelijke rendez-voustje in Vreugd en Rust voor de arrivé in zijn XJ, als op een Happy Meal voor de vakken vullende brugpieper van het Gymnasium Novum die een oogje heeft op een moderne joffer met een neuspiercing als een geüpdatete tache de beauté.

Hoe het ook zij, toen de Romeinen deze prachtige plek kozen voor hun nederzetting, waren ze lang niet zo gek als Asterix en Obelix ons lange tijd hebben willen doen geloven.

 (geschreven door Henk Stijntjes)